Medehuurschap overige bewoners

In geval van overlijden van de huurder kan de persoon die geen medehuurder is, maar wel in de woning zijn hoofdverblijf heeft en met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad, de huurovereenkomst als huurder voortzetten gedurende zes maanden na het overlijden van de huurder. Die persoon kan de huur ook nadien voortzetten indien, kort gezegd, de rechter dit heeft beslist naar aanleiding van een door die persoon tijdig (binnen zes maanden na het overlijden van de huurder) bij de rechter ingediend verzoek. De rechter wijst een dergelijk verzoek af wanneer:

  • Die persoon niet aannemelijk maakt dat hij het hoofdverblijf in de woning van de overleden huurder heeft.
  • Die persoon niet aannemelijk maakt dat hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overleden huurder heeft gehad.
  • Die persoon onvoldoende inkomsten heeft om aan de huurverplichtingen te kunnen voldoen, zoals de huurbetaling.

Die personen die geen medehuurder zijn en die met de overleden huurder geen duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gehad, hebben geen recht om na het overlijden van de huurder in de woning te blijven wonen, ook niet gedurende de periode van 6 maanden na het overlijden van de huurder. In geval van bijvoorbeeld huuropzegging door de huurder dienen personen die geen medehuurder zijn de woning ook zonder meer te verlaten.