Medehuurschap inwonende kinderen

Inwonende kinderen komen in principe niet in aanmerking voor het medehuurderschap. Het samenwonen van ouder en kind wordt in beginsel niet als duurzaam aangemerkt; het kind zal op een bepaald moment het ouderlijk huis verlaten. Er kan sprake zijn van een uitzonderingssituatie, waarbij de (hogere) leeftijd van het kind (35 jaar of ouder) en eventuele duurzame verzorging van bijvoorbeeld de ouder door het kind, een rol kunnen spelen. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval. Iemand die tijdelijk bij de huurder inwoont of logeert komt ook niet in aanmerking voor het medehuurderschap. Ook bij een al langer durende inwoning of samenwoning is het medehuurderschap niet aan de orde, indien de inwoner of samenwoner geen duurzame gemeenschappelijke huishouding met de huurder heeft.

 

Medehuurderschap (op aanvraag) brengt rechten met zich mee, maar ook plichten. Als medehuurder op aanvraag bent u gedurende de periode van de medehuur, samen met de huurder, tegenover de verhuurder hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Heeft u niet langer uw hoofdverblijf in de woning, dan eindigt het medehuurderschap van rechtswege. Een eventuele terugkeer daarna in die woning levert u niet weer automatisch het medehuurderschap op. Als de huurovereenkomst met de huurder eindigt door overlijden of door bijvoorbeeld huuropzegging door de huurder en bent u medehuurder van rechtswege of bent u contractueel (mede)huurder dan zet u in geval van overlijden van de huurder de huurovereenkomst als huurder voort.